Overzicht 10-jarige werking A.V.H.V. Geschiedkundig Overzicht van de werking van het Algemeen Vlaamsch Hoogstudentenverbond sinds zijn ontstaan 1919 tot de viering van het 2de Lustrum 1929 door Mr Jos. Vermeulen, praeses 1922-23. Met eene korte inleiding van Dr Hilaire Gravez, stichter van het A.V.H.V. BLAUWVOET UITGAVEN Secret.: Thienschestr. 29, Leuven EEN WOORD VOORAF Door de welwillende tusschenkoinst van onzen vriend en oud-praeses Mter Joz. Vermeulen, zijn wij er in geslaagd den lezer een degelijk en flink gedocunzenteerd verslag voor te leggen over de werking van het Algemeen Vlaamsch Hoogstudentenverbond gedurende de tien jaren van zijn bestaan, Voor iedereen zal het hieruit duidelijk blijken dat het A, V. H. V. een noodzakelijke inrichting is geworden in het Vlaamsch Studentenleven. Dat het zich volkomen heeft aangepast, en samenwerking heeft tot stand gebracht tusschen zijn zeven aan gesloten takken, mag een verheugend verschijnsel heeten. Hulde en dank aan de eerste pionieren, bij de herdenking van dit Ilde lustrum. Dat op dit oogeublik de Voorzitter van het Hoofdbestuur niet meer samen voorzitter is van een der takken, heeft dit voordeel vooral : dat er over meer tijd kan worden beschikt, dat de Organisatie van ons secretariaat met des te meer zorg kan worden doorgevoerd, Daarvoor willen wij onze beste krachten inspannen, tevens er voor zorgen dat de concentratie van alle Vlaamsche Hoogstudenten zooveel vruchten mogelijk afwerpe voor de heele beweging. Wij willen ten dienste staan van elk der onzen door raad en daad. Een organisme als het onze, moet open staan voor eiken nationaal voelenden Vlaming, de overtuiging van ieder moet er worden geëerbiedigd. Traag maar zeker gaan we naar de Internationale erkenning van ons Verbond. De laatste gebeurtenissen brachten er veel toe bij het Vlaamsche probleem meer in het buitenland te doen verspreiden. Ook het A. V. H. V. heeft het zijne daartoe bijgedragen, met zijne betrekkingen in vele landen van Europa. A. V. H. V., ad mnultos annos! Uw taak in het Vlaamsche leger ligt duidelijk aangewezen. Vooruit langs den ingeslagen weg, het heir der roode petten 1 Frans WILDIERS, Voorzitter 1928-1929. Leuven, op den vooravond van het XIVe Oroot-Nederl. Studentencongres. Maart 1929. A.V.H.V. 1919 - 1929 Voorzitters: 1919. — Hil. Gravez, Aalst. 1919-1920. — AIbr. Pil, Antwerpen. 1920-1921. —- Frans Strubbe ,Kortrijk. 1921-1922. — Andr. De Vos, Handzaerne. 1922-1923. — Jos. Vermeulen, Gent. 1023-1924. — Gér. Iserhyt, Kortrijk. 1924-1925. — Paul Beeckman, Kortrijk. 1925-1926. — Rog. Soenen, Lichtervelde. 1926-1927 — Leop. Van Houteghem, München. 1927-1928. — Geert De Rycker, Bankenberghe. 1928-1929. — Frans Wildiers, Antwerpen. HIL. GRAVEZ, AALST - Voorzitter 1919 Dr A. PIL OUDE-GOD 2e Voorzitter 1919-1920 Aan de Vlaanische Hoogstudenten Een merkwaardig jaar, dat eerste na-oorlogsch studiejaar, toen ik voorzitter werd van het Gentsch Vlaamsch Hoogstudenten Verbond, en van het Algemeen Vlaamsch Hoogstudenten Verbond. ‘t Zette in, bij de heropening der Fransche Hoogeschool, met een hyperpatriotische aanval van Rector Eeman (die als al de andere profs om de helft van zijn wedde een loyauteitsverklaring van de Duitschers had geteekend) tegen de Vlaamsche Oorlogs Hoogeschool, en tegen de Vlaamsche beweging in ‘t algemeen. Prof. Daels, in krijgstenue, met al zijn eereteekens, stond als in verzet recht te midden van de zaal, doch werd niet gezien door dien verblinden rector, terwijl hij twee gevluchte professerkens, die ergens in Frankrijk werkzaam waren geweest, met de grootste loftuigingen verwelkomde. Eenerzijds de uifdagende houding der franschdolle burgerlijke studenten, en anderzijds de misprijzende verachting van al dit patriotisch gedoe van wege de Vlaamsche Oud-Strijders studenten, dit was de spanning die drukte op dat eerste jaar. Maar nog meer drukte er op ons, Oud-Strijders studenten. We stonden allen nog onder de plak van de militaire overheid en de S. M. (Sureté Militaire) hielp duchtig mede. Toen werd Rik Borginon, van d’eerste dagen reeds, met de menotten aan de polsen opgeleid door de gendarmen naar het gevang te Vorst. Hij had op eene vergadering in de Zwarte Kat, de zelfbestuursgedachte der frontsoldaten verdedigd tegen de passieven Adv. Willems en Baudewijn Maes. Acht dagen later kwam Rik terug uit Vorst na hachelik wedervaren met de gendarmen en den bestuurder der —6—- gevangenis. Dit vertelt hij best zelf. Rik werd ook van de Hoogeschool doorgestuurd naar zijn regiment, dat lag nu gelukkig in Leuven en zoo werd Rik weer Leuvensch Hoog- student. lntusschen waren wij aan ‘t kakelen in ‘t Kelderken van Moeder Van Hove op ‘t Casinoplein. Daar ontvingen we ook nu en dan het bezoek van een en ander Vlamsch Oorlogs Hoogstudent, bij zijn overkomst naar Gent. Gelukkig dat dit voor de S. M. bleef de meest ongenaakbare spelonk. We stichten algauw ons Vlaamsch Hoogstudenten Verbond. Maar de Rooden Hoed, ‘t vôéroorlo.gsche lokaal werd ons ontzegd. Ik trok dan min beste soldatentenne aan met sterren en caducé’s en gouden front- en won.destrepen, met mijn eereteekens en de roode fouragère der Leopoldsorde van het 7° Linieregiment en ik trok naar de Coupure n. 10 geloof ik hij D° Vergouwen, die de beschikking had over het Landbouwershuis. Deze man was ziek en zijne dame ontving mijne boodschap en bracht die over aan haar man. En daar die dame zoo ingenomen was met mijn militair acoutrement, verkreeg ik telkens de toelating om met ons Vlaamsch Verbond in het Landbouwershuis te vergaderen. Gelukkig dat ze nooit hoorden wat onzen oud-strijders- mond daar al verkonde. Paschen kwam en de OostVlaamsche Studentenbond belegde zijine jaarlijksche bedevaart naar Oostacker. Prof. Daels zou er spreken, ik begeleidde hem en sprak er ook als oud-bestuurslid. Frans Strubbe bracht er in krange bewoordingen den WestVlaamschen broedergroet. We waren allen in soldatenpak en met ons nog veel andere studenten oud-strijders, maar de S. M. was er ook en een paar dagen later werden wij geroepen op het plaatsbureel. Edm. Rubbens, voorzitter, had met de meeste argeloosheid de toedracht der zaken uiteengezet en de namen der sprekers genoemd. En Prof. Daels en ik, we kregen elk acht dagen arrest; Frans Strubbe ook, maar werd daarbij naar zijn regiment terug gestuurd. Gelukkig voor mij, ik had geen regiment meer. In de Meimaand richten we ‘n Hullebroeck liederavond in. En van de gelegenheid maakten we gebruik om mevrouw Hullebroeck te huldigen voor het door haar gestichte werk der Vlaamsche Oorlogsmeters.Dat was Vlaamsch en de —7— S. M. kon dat ook niet luchten, zoo was dat Duitschgezind en had mevrouw Hullebroeck veel last berokkend. We huldigden haar dus om dat te vergoeden, en we zongen dien avond vol geestdrift en vuur van een Vlaamsche Hoogeschool en van Zelfbestuur. En daarna was het stoet door de straten van Gent. En een adjudant haalde een studentpiot uit den stoet en wilde hem aanteekenen om hem te doen straffen. Doch Jef Cornelis, dank aan ziji gouden sterren, gaf aan den adjudant bevel dien student-piot te lossen. jet was nu gekend, doch al de studenten geneesheeren werden naar het plaatsbureel geroepen, en allen die bekenden op den Hullebroeckavond geweest te zijn, werden met 8 dagen arrest gestraft. Ik kreeg er 14, als voorzitter kwam mij het leeuwenaandeel toe. In Oogst van dat jaar belegde de Kath. VI. Meisjes hunnen landdag in Gent. Ik had nogeens mijn beste kostuum aangetrokken om ook voor hen ‘t Lanbouwershuis te bekomen. En al de studenten werkten meê en ‘t werd een reuzensucces dien eersten Landdag van de Vlaamsche Meisjes. Maar ‘t koste ook ons lokaal, ‘t succes van mijn militaire parade op de Coupure was uit. We moesten er nu wat anders op vinden.. Dank zij de betrekkingen door « Ons Vaderland » met den heer Adolf Van Hoorde, stichter van de Handelsbank, geraakten we tot de gedachte van het Hotel Bavard der Korte Kruisstraat, dat de Handelbank ging verlaten voor den Kalanderberg, een studentenhuis te maken. En samen met. de fronters van Gent, en dank zij de studentenwerking, die alle steden en dorpen van Vlaanderen afliepen, om aandeelen van het Vlaamsch Huis te plaatsen, werd «Uilenspiegel » te Gent gesticht en hadden de Vlamingen een thuis en de studenten een lokaal. ‘tWas rond dien tijd dat onze Koning in Amerika reisde, in dat land dat ons tijdens den oorlog kwam helpen om alle kleine volkeren vrij te maken. Daar vernam hij van mijn euveldaden en van mijne straffen om zeer zware redenen, als in het verslag stond geschreven, en van uit Amerika, stad der vrijheid, gaf hij dan ook het koninklijk besluit, waarbij ik werd gedegradeerd van mijn graad van onderluitenant-hulpdokter. Daar Amerika verre ligt geschiedde dit 16 dagen nadat ik vooroed van het leger was ontslagen - 8 - op 16 October 1919, in het Krijgsgasthuis van Akkergem (Gent). Mijn laatste studiejaar was dan ook ten einde, mijn voorzitterschap was overgebracht op Frans Strubbe, die ook reeds afgedankt was en terug te Gent studeerde. Ik bleef dan nog een drietal maanden om aan een Vlaamsohe thesis te werken voor den prijskamp Boddaert. Die Vlaamsche thesis bekwarn die franschdolle professors heel slecht, vooral nadat ik geweigerd had ze te vertalen mij beroepende op de gelijkheid in rechte en in feite door den Koning beloofd in vergoeding van die stroomen Vlaamsch bloed aan den Yzer gestort, wijzende op een voorgaande, de bekroning van een Vlaamsch werk vôôr den oorlog. Die Vlaamsche thesis bekwam hun zoo slecht, dat dit jaar geen prijs Boddaert werd toegekend, en dat ze tol in 1927 die thesis moesten herkauwen en toen nog moesten aanzien dat ze bekroond werd. Dit staartje hangt wel niet samen met het Vlaamsch Hoogstudenten Verbond, doch wel met het einde van mijn studietijd, het diene om de jongeren aan te toonen hoe noodig het is om tot een Vlaamsch rechtsherstel te komen onverschrokken doelvast er jaren lang op af te gaan. Al te veel van Onze VI. studenten laten zich op den dorpel van het werkelijke leven, als ze eens vrije mannen zijn geworden, door sluw.e waarschuwers, van de rechte baan aflokken, naar de ziipaden der voorzichtig heid en der onverschilligheid. En die van Vlaanderen ge droomd en gezongen hebben, zwijgen of huilen met de vijanden meê. Deze is mijn wenseh, dat al de vlaamschminnende studenten Vlaamsdh willeude en Vlaamsch durvende, leiders zouden worden van hun volk. Het Vlaamsc’he volk blijft niet onbetuigd tegenover zijn durvers, maar vergoed hun tienvoudig van wat ze anders verlieren. Aalst, 17 III 1929. Dr H. GRAVEZ. Overzicht van de werkzaamheden VAN HET Algemeen Vlaamsch Hoogstudenten Verbond A. V. H. V. 1919 - 1929 Het domineerende feit in de geschiedenis van de Vlaamsche Hoogstudentenbeweging in - de naoorlngsche periode is ontegensprekelijk het ontstaan en de bloei van het Algemeen Vlaamseh Hoogstudentén Verbond. Nooit was men er vroeger in geslaagd één organisme tot stand te brengen, dat on’ze Vlaamsche «Bürscbenschaft », onze jongere inteLliectueelen in één band vereenigde, nooit wias er één lichaam geweest dat namens de georganiseerde Vlaamsche Studentenschap een geautoriseerde stem kon laten hooren. Nu kan de Vlaamscbe Hoogstudentenschap, bij monde van het Hoofdbestuur van het A. V. H. V., zijn meening doen kennen, en waar het past, in ‘t belang van Vlaanderen of van zijne bondsieden, jn het debat tusschen komen. En dat heeft het Verbond gedurende deze eerste tien jaar van zijn bestaan ruimschoots en dikwijls gedaan ; aan de studenten-korpsleden gaf het principieel-zuivere leiding, aan wien het aanbelangde gaf het kordaat der studenten opinie te kennen. Een overzicht van deze activiteit willen we in de volgende regelen beproeven. Geen gemakkelijke taak inderdaad. De elementen liggen links en rechts verspreid, een eigen orgaan bezit het Verbond nog niet — het experiment met « Ons Leven » moest om verscheidene redçnen worden opgegeven — en het is één van cle gevolgen van ons strijdend volksbestaan ,dat onze Vlaamsche — 10 —- Hoogstudenten nog aan geen enkele Universiteit een eigen Studentenhujs bezitten, waar men gemakkelijker een steeds bijgehouden archief aanleggen kan en de continuiteit tussehen de werkzaamheden van de steeds wisselende studentengeslachten kan bewaren, Op volledigheid kan ik dus niet bogen. Alleen den wensch uitdrukken, dat waar ik in mijn overzicht een missing of een verzuim bega dit door de vroegere acteurs zelf aan het Verbondshoofdbestuur wu worden medegedeeld. Het A. V. H. V. stond ten goede in de bres van in den beginne, voor terugaanvaarding der ex-Gaudavenses aan de Universiteiten, voor amnestie, voor de vernederlandsching der Gentsche Hoogeschool, tegen het Belgisch annexionisme en voor goede volksibetrekkingen. met onze Noord-Nederlandsche broeders. De wederaanknooping der vriendschapsbanden met de Noord-Nederlandsche en Zuid.Afrikaansche studenten stond van eerst af op zijin program, om voor de Vlaamsche studenten internationale erkenning te verkrijgen deed het Verbond verschillende pogingen. Ook de Voiksverzoening •door erkenning van ieders Tiationaliteitsrecihten, lag in zijn lijn van werking. Werd een onzer geliefde leiders of professoren om zijn Vlaamschzijn lastig gevallen, of hadden •de studentenleiders zelf moeilijkheden met hunne oveiheid, het Verbond getuigde van zijn aanhankelijkheid of steunde door zijn solidair .goedkeurend optreden. Van in den beginne nationaal-Vlaamsch optredend, heeft liet in 1926 zich uitgesproken tot het nationalistisch beginsel bekend. Een gansch verslagboek ware noodig om de uitgebreide werkzaamheid van het centraalorganisme en zijne takken te vermelden. Een vluchtige schets dus kan hier enkel volgen van de werkzaamlieid van het Hoofdsbestuur. **** — Stichting van het A. V. H. V. op 4 April 1919. De eerste voorzitter, D Hilaire Gravez. Na meer dan vier jaar te zijn gesloten, openden de « Belgische » Universiteiten hunne deuren terug in — 11 — Januari 1919., De studentenhevolking bestond uit burgers en uit... leden van het « Grotpement Universitaire de... », de soldaten-studenten, Dit khaki-dragen van vele studeerenden was de eigenaardigheid van het studie,aar 1919, en gaf ook een eigen kleur aan de Vlaamsche Organisatie’s en vergaderingen. Toen was het de tijd dat leden van de «militaire sureté» onze studentenbijeenkomsten be:zochten, dat « geen vergadering door de Vlaamsche studenten kon worden gehouden of een exemplaar van de veiligheidsdienst smokkelt zich binnen » (Ons Leven); dat Dr Hil. Gravez, de eerste voorzitter van het A. V. H. V. acht dagen kamerarrest kreeg om op een jongstudentenvergadering « zonder permissie » het woord te nemen; dat adv. Frans Strubbe, cle derde voorzitter van ‘t A. V. H. V. ook al voor ‘t zelfde «acht dagen kot kreeg en :Zijn congé uit ‘t groupement»; dat een andere van ‘t zelfde laken een broek kreeg om achter de leeuenvlag in een stoet te hebben marcheerd; dat adv. R. Borginon werd vastgezet, enz.. Maar toch kon men het Vlaamsch Hoogstudentenvolk niet tot stilzwijgen dwingen, en aanstonds zou het zijn taak voor Vlaanderen hervatten. Te Leuven vergaderde het Verbond opnieuw voor de eerste maal op 31 Januari 1919. Op Maandag, 10 Februari, riep te Gent het bestuur van ‘t Kath. VI. Hoogstudentenverbond al de Vlaamsche studenten op ter vergadering in den « Rooden Hoed ». Na vinnig debat tusschen passief-gezinden en nationalistisohe studenten, werd besloten een Algemeen Vlaamsch Hoostudenten Verbond, te Gent, op te richten, dat alle VI. studenten, zonder onderscheid van godsdienstige of politieke opinie zou groepeeren. De eerste vergadering werd gehouden in het «Landbouwershuis», en voorgezeten door een ex-Gaudavensis, die « luitenant » Gravez, de feitelijke voorzitter, moest vervangen Aanstonds werd de noodzakelijkheid ingezien, zooals voor Gent zelf, voor gansah het Vlaamsche land een Algemeen Hoogstudentenverbond op te richten. Over en weer gepraat tusschen de leiders van Leuven en Gent, en van de andere Universiteitssteden, en op 4 April 1919 werd te Leuven het A. V. H. V. gesticht, en ging zijn eerste proklamatie de wereld in. « Het Algemeen Vlaamsch Hoogstudenten Verbond is — 12 — gesticht. Al de vlaarnschgezinde Hoogstudenten vai alle Hoogescholen en hoogere onderwijsgestichten, wlke politieke opinie ze ook toegedaan zijn, hebben één Verbond gesloten op de grondslagen van Godsvrede. Vlaanderens nood is te hoog en de partijgeschillen, nu althans te klein, opdat wij onze onderlinge twisten niet zouden stil leggen, om uit al onze vereende krachten te werken, aan Vlaan— derens rechtsherstel Daarom zijn te Leuven, op 4 April 1.1., de afgevaardigden van Leuven, Brussel en Gent samengekomen. Antwerpen had zijn toestemming gegeven. Luik werd verwacht. Met de andere honger onclerwijsgestichten zou men trachten in betrekking te komen... Ook onze vrienden, de studenten der Vlaamsche Hoogeschool te Gent, worden bij ons met open armen ontvangen. We zetten. e dan ook aan een verbond van ex-studenten te stichten. Ook met onze Groot-nederlandsche stambroeders. zullen wij aansluiting zoeken, om onze Groot-neder— landsche Studentenlan•dda.gen te hernemen. » Hil. Gravez, (Gent) werd tot eerste voorzitter van het Algemeen Vlaamsch Hoogstudenten Verbond verkozen, en voerde als dusdanig, het eerst op 14 April 1919, het woord op de Verbondsvergadering van Leuven, wfegens afkondiging van den staat van beleg door den Leuvenschen burgemeester Colyns, in het Patronaat te Blauwput gehouden. Een heugenisvolle zitting! Op 30 April 1919, sloot, na veel redetwisten, « Onze Taal », Luik, bij het A. V. H. V. aan. Op één Mei werd het A. V. H. V. tak Brussel gesticht en « Hou ende Trou» bond der ex- Gandavensis, besloot op zijne algemeene vergadering van 31 Mei, bij ‘t A.V.H.V. aan te sluiten en duidde J. Van Caeckenberghe en C. De Wael als zijn afgevaardigden aan. Op 11 Juli, eindelijk onder « plezierige » omstandigheden, werd het A. V. H. V. te Antwerpen opgericht. « Op het Hooger Handelsgesticht van het Zuid werd de Nederlandsche Studiekring N. S. K. heringericht. « De Wikings> van de Hoogere Handelsschool St Ignatius gaven frissche levensblijken. De « St Lucasgilde » die de hoogere studenten van Akadamie en Conservatorium groepeerde, stond op goeden voet van herleving... Streng gebiedend klonk toen het wachtwoord uit alle gouwen D DRIES-DE Vos — HANDZAEME. 4e Voorzitter 1921-22 Jos. VERMEULEN, ADVOCAAT TE GENT 5e Voorzitter 1922-1923 - 13 — vormt onverwijid één enkel interkoffessioneel Hoogstudentenkorps. » Er werd onder de Antwerpsehe studenten een strooibiljet niet een oproep in dien zin uitgedeeld ; voor gevolg de uitdeeler (soldaat) wordt in de Begijnenstraat achter slot gezet ! En ten tweede : Ordre du Gouverneur militaire : Fransch verbod aan alle militairen deel te nemen aan een optocht en de jassen-studenten gingen, luide zingend, nieê in den eersten na-oorlogschen Sporenstoet. 1-let A. V. H. V. Antwerpen was dien dag gesticht. Van af 7 Mei werd ‘t oude Leuvensehe Studententijd- schrift « Ons Leven » inter-universitair en officieel orgaan van iiet A. V. H. V. En reeds in Juli 1919 verschijnt de eerste motie van het A. V. H. V., zijn standpunt bekend makend in zake vernederlandsching der Gentsche Hoogeschool. « Het Hoogstudentenverbond neemt alleen genoegen met eene enkele oplossing, en wel met deze welke zou neerkomen op de volledige vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool. Het verklaart zich ten stelligste gekant tegen elke andere schikking, en niet het minst tegen het oprichten van eene nieuwe Vlaainsche Hoogesohool ; het geeft tevens uiting van den vasten wil der Vlaamsche studenten van zulke Hoogeschool tegen te werken.» En aan dit standpunt dat het van af 1919 heeft ingenomen, zal het Verbond met steeds klaarder uitgesproken beginselvastheid, getrouw blijven. De eerste standregelen werden opgesteld en afgekondigd; middenbestuur degelijk ingericht, de takken aan de meeste Hooger onderwijsgestichten opgericht. Het Verbond kon van wal steken. II. — Voorzitterschap van Dr Berten Pil. 60 Groot Nederl. Congres te Leuven. Tijdens het verlof iadden in cle maand September te Roeselaere de Rodenbachsfeesten plaats bij het herplaatsen van Rodenbach’s standbeeld dat Gentsche studenten soldaten uit de kelders der Gentsche Universiteit gehaald hadden, waarin de Gentsche franskiljonsche meesters het hadden geworpen, en op een Engelsche lorrie terug naar - 14 — Rucselaere gevoerd. Daar werd door het bestuur A.V.H.V. opnieuw kontakt genomen met de Hollandsche en ZuidAfrikansche studiemakkers en besloten dat het A. V. H. V. het op zich nemen zou het volgende jaar wederom een Groot-Nederlandsch Studentencongres, en wel te Leuven, in te richten. Dit kongres zou aan het bestuur van A.V.H.V. en aan de plaatselijke leiders te Leuven vooral, niet weinig Werk bezorgen. Voorzitter van het tweede verbondsjaar 1919-20, was A. Pil, de Leuvensche tak-voorzitter, die samen met zijti medewerkers Dries De Vos en Stan Leurs zoo prachtig liet kongres zou leiden. Aanstonds bleek anderzijds dat de VI. studenten open oog hadden gekregen voor de internationale belangen en toestanden. Toen bekend werd dat te Stratsburg een studenten-internationale was tot stand gekomen, dat de « Belgen » er bij waren aangesloten en de Vlamingen daartoe niet eens uitgenoodigd, protesteerde ons Verbond (Jan. 1920) en toen kwam voor het eerst het A. V. H. V. in botsing met dit enfente-georienteerd organisme.. Die strijd is trouwens nog niet uitgestreden. Februari 1920 kwam de heer Destrée, toenmalig minister van Kunst en Wetenschap een bezoek brengen aan de Fransche Universiteit te Gent. Het A. V. H. V. bij monde van zijn Gentschen tak, maakte van de gelegenheid gebruik om hem te verklaren : dat « zij de vervlaamsching der Hoogeschool te Gent willen, met uitsluiting van elke tweetaligheid, elke ontdu.bbeling » en tevens trad het in de bres voor de ex-Gaudavensis: « Ook ligt ons het onverdiende lot van onze metgezellen, die uit het Belgisc;h-hoogeschool-onderwijs verbannen, oud-studenten van de Vlaamsche Hoogeschool ten zeerste ter harte. Wat niet hen gebeurd is,. verontwaardigt ons. Daarom... vragen wij door Uwe Exellentie’s tusschenkomst, voor hen herstelling in eer en recht. » Nooit is er een breuk geweest tusschen de Vlaamsche studentengeslachten; die solidariteitsbetooging van de hoogstudenten met hunne vervolgde makkers uit Gent is één van de hoopvolste teekenen ‘gewleest, en een voorbode van den nieuwen geest die in aantocht was. In dezelfde maand begint het A. V. H. V. het wervings- — 15 —. en inrichtingswerk voor het 60 Groot-Nederlandsch Studen— tenkongres Zijne afgevaardigden, heeren Roebroeck en Van Genechten (deze laatste : A. V. H. V.-groep Nederland, uitgeweken studenten) gaan met de Noord-Nederlanders van het Algemeen Nederlandsch Studentenverbond overleg plegen. 20-21-22 Maart werd te Leuven dit fameuze Kongres gehouden. De Noord-Nederlanders werden verhinderd er heen te komen, door het weigeren van een pasvisum door de Belgische Regeering; toch konden enkelen de grens oversteken en waren te Leuven aanwezig. Met hen werden de voorwaarden van aansluiting van het A. V. H. V. bi het algemeen Nederlandsch Studentenverbond besproken. Tevens wordt de houding bekend gemaakt van het A. V. H. V. in zake studenten-internationale : « Zoo we tot die Internationale worden uitgenoodigd, en aldus ons Verbond officieel zien erkend, zullen wij eventueel toetreden onder de volgende voorwaarden, verklaarde heer D De Vos: 1°) dat de ethnische groepen in de internationale worden vertegenwoordigd niet de staten ; 2°) dat de centralen onmiddellij& worden toegelaten. Samen met de A. N. S. V. samenwerking werd ook het plan der Nederlandsche Wandeltochten vooropgezet. Te Leuven heeft dat kongres « ‘den nek gebroken aan de franskiljonsche almac:ht », verklaarde een verslaggever in « Ons Leven ». Maar het ver.bondsjaar zou niet in vreugdestemming eindigen. De Belgische madht, die te Leuven de Nederlanders wilde verhinderen samen te komen, zou te Antwerpen verder gaan en de Vlamingen in hun eigen land en stad beletten hun Vlaamsche voorouders te gedenken. Guldensporenslag 1920. Te Antwerpen wordt Herman Van den Reeck, student aan de Brusselsche Hoogeschool en lid van A. V. H. V. neergekogeld. Het A. V. H. V. gaf aan Vlaanderen zijn eersten martelaar. Verbondsvoorzitter A. Pil verklaarde voor het open graf: « Uit naam van het A. V. H. V. zweren wij, uw makkers, als hoogste hulde, de eeuwige liefde en trouw aan Moeder Vlaanderen. » De vrijheid kostte bloed! « Bloed heeft de moederaarde gedrenkt, bloed zal ze wellicht nog verven. Wij zijn bereid. » — 16 — III — 1920-21. Voorzitterschap van adv. Frans Strubbe. Strijd om de vervlaamsching der Gentsche Hoogesehool en werking voor algeheele en onvoorwaardelijl amnestie. 7 Groot-Nederi. Congres te Delft. Het derde verbondsjaar 1920-1921, stond onder de leiding van Frans Strubbe, praeses van tak Oent, en -Oscar Dambre was schrijver van het hoofdbestuur. in zijn eerste proklamatie verklaarde de voorzitter « Ons Verbond heeft in België nog geen burgerrecht verkregen, maar dit kunnen wij afdwjngen als de bond niet een bloote formule is maar een levend en strijdend orgaan, w:aar elkendeen zijn rol gewetensvol vervuld ». Zijn plaats onder de zon heeft het A. V. H. V. Ood dank sindsdien wel degelijk veroverd. En onmiddellijk opent het jaar met een motie voor Wies Moens, den studiemakker die reeds 16 maand lang in voorarrest zat opgesloten, zijn ontslaging uit de gevangenis werd van den Minister geëischt. September 1920 had er te Brussel een Internationale Studiebijeenkomst plaats, om de C. 1. E. nader in te richten. Het A. V. H. V. werd hierop niet uitgenoodigd. Door bemiddeling der Nederlandsche en Skandinaafsche Studentenvertegenwoordigers en met toestemming van het pnesidium van het kongres, konden afgevaardigden van het A. V. H. V.., als toeschouwers, dit kongres bijwonen, en kon men met het bestuur C. 1. E. onderhandelen. De Vlamingen bleven op hun standpunt staan, dat nationale groepen zouden worden erkend en niet de staten. Hierop sprongen de onderhandelingen af. in Februari 1921 gaat van het Verbond zijne eerste werking uit voor < algeheele en onmiddellijk amnestie » en stuurt het een lange gemotiveerde motie aan zijne Exc. Minister Vandervelde, minister van Justicie : « Strekkende tot het spoedig afkondigen eener amnestiewet voor politieke misdriven ». Deze motie is mede-onderteekend door den Hoogstudentinneibond van Antwerpen, bij het A. V. H. V. aangesloten De strijd om de vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool komt stilaan nader. Minister Destrée diende een wetsontwerp tot « half-ontdubbeling » in. Onmiddellijk is GERARD IJSERBYT, GENEESHEER TE KORTRIJK 6e Voorzitter 1923-24 Mr PAUL BEECKMAN, ADVOKAAT TE KORTRIJK 7e Voorzitter 1924-25 — 17 — het A. V. H. V. daar om de studenten-standpunt bekend te maken. « Noch leven, noch ontwikkeling is mogelijk voor de Destrée—universiteit : buiten ons vrijwillige boycot, zou de franskiljonsche geidmacht alles in t werk stellen om ze onmogelijk te maken. Half-ontdubbeling is de zekere bestendiging van ‘n ondraaglijke wantoestand voor gansch het Vlaamsche volk. Het A. V. H. V. kant zich dan ook hardnekkig en onverbiddelij’k tegen deze oplossing, die de ongelukkigste en onrechtvaardigste is die ooit kon uitgedacht worden. Geweldiger dan ooit zal de strijd beginnen Voor Gent of niets ». (Febr. 1921). In Maart had het Groot-Nederlandsch Kongres, te Delft plaats, het A. V. H. V. voerde in Vlaanderen de propaganda. Daar werd voor het ‘eerst de mogelijkheid van een andere organisatie voor de Groot-Nederlandsche tudentenbewc.ging dan het drievoudig A. N. S. V. — A. V. H. V. — S. A. S. V. 1. A. samenstelt onder het oog gezien. Te Praag werd in April 1921 het eerste Statutair Kongres gehouden van de Confédération Internationale des Etudiants. Vlaanderen was niet erkend. Door de zorgen van het hoofdbestuur werd tegen die uitsluiting door de statuten ,protest aangeteekend, en tevens betreurd dat de Internationale niet open stond voor alle studenten, welke zijde hunne respectieve landen in den voorbijen oorlog mochten hebben ingenomen. « D,e Vlaamsche studenten vienschen niet dat wanneer het oordeel der geschiedenis zal worden geveld, het zou kunnen gezegd dat zij in den weg heizben gestaan der zoo broodnoodige verzoening » Ende zoo eindigde de eerste poging van het A. V. H. V. om in de C. 1. E. opgenamen te worden. En ten slotte op 23 April 1921, werd opnieuw de ontwtlcke’ling van het Hoogeschool debat gevolgd. «Het A. V. H. V. na kennis genomen te hebben van het voorstelt van den heer Minister van Kunst en Wetenschap (Destrée) hetw’elk de oprichting beoogt van Vlaamsahe leergangen voor het aanstaande studiejaar aan de Gent-sche Universiteit ten einde « elders de grondslagen te leggen eener Vlaamsche Hoogeschool... » Besluit hij alge- - 18 — meene stemmen over te gaan tot den algehe.elen en alge— meendn boycott der aldus in te stellen Vlaamsche leergangen. Verklaart niet te kunnen instemmen met elke politieke actie, welke, onder voorwiendsel het beginsel der Vervlaamsching voor te behouden, aan de Regeeringsvoorstellen in dezen zin steun verleent. IV. 1921-22. Voorzitterschap van D Dries De Vos. Gent of niets. En met genoegen mocht dan ook de voorzitter van het verbondsjaar 1921-’22, Dries De Vos (Leuven) het jaar inzetten met de verklaring « Laat het bij den aanvang van •dit jaar gezegd worden dat benevens het vele goede en de zoo noodige eenheid der Vlaamsche studentenwereld, het (A. V. H. V.) als daadwerkelijk resultaat de mislukking van het befaamde Destrée-plan nopens de vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool te boeken heeft. Wij willen in geenerlei mate dit succes alleen den studenten aanschrijven.., toch zal het een goed punt op ons actief blijven dat wIj zelf de stoot gaven tot het noodig verzet ». « Het Vlaamsch-nationaal bewust zijn der studenten gaat steeds wassend al staan alle takken van het A. V. H. V. ook open voor om ‘t even welke belijdenis of politieke opinie, toch, « verklaarde verder de voorzitter De Vos », is het een noodzakelijkheid dat de studentenmassa in alles naar het Vlaamsche belang als opperste norma hun oordeel vellen ». Die lijn volgde dan ook het A. V. H. V. Al spoedig zou het verplicht zijn op te treden. November 1921 liet staatsminister Van de Vyvere zich een interview afnemen, waaruit bleek dat van hem en zijn geestesgenooten in zake Hoogeschool en andere VI. eischen zelfs niet het behoud van de algemeen verkondigde en aanvaarde stellingen mocht verwacht worden. Dr Van de Perre meende den minister te moeten witwasschen. Hiertegen kwam vanwege het Hoogstudentenverbond een vinnig protest los. En wanneer later in April 1922 Dr. Van de Perre uit taktiek meende in een persgesprek - 19 — te moeten de mogelijkheid vooruitzetten eener Vlaamsche Hoogeschool te Antwerpen, dan kwamen de Vlaamsche Hoogstudenten van Gent en Leuven in hun manifesten van 20 en 28 April zoo kras daar tegen op dat Dr. Van de Perre oordeelde zijn ontslag als voorzitter der Hoogeschoolcommissie te moeten indienen. Van echt Vlaamsche zijde is nadien nooit geen spraak meer geweest van een Hoogesahool te Antwerpen. Februari 1922 was het wetsontwerp van Cauiwc{aerl terug ter kamer ingediend. In de Zomermaanden zou de propagandawerking der Hoogeschoolkommissie los komen. Bij de eerste groote meeting te Antwerpen gehouden, zag het A. V. H. V. « gezien de beginselloosheid die heerscht(e) in zekere vlaamsche middens nopens de vervlaamsching, zich nogmaals genoodzaakt het onwrikbaar standpunt uit een te zetten. « Zij (de VI. Hoogstudenten) houden aan hel algemeen gegeven ordewoord : « Gent of niets » in den volstrekten zin vanhet voord. Zij verklaren dat alwie dit « niets » tracht te doen uitdraaien, op « ontdub beling », hoogesohool te Antwerpen, Brugge of elders, verraad pleegt tegenover zijn gegeven woord ,en verraad tegenover zijn volk. Zij willen niet enkel « in Vlaanderen Vlaamsah », maar Vlaanderen Vlaamsch ; dat is en blijft hunne leuze. Onderteekend door Dries De Vos (Tak Leuven), Remi Sterkens, (Tak Gent), Jef Smets (Tak Luik), Stan Smeulders (Tak Brussel), Staf De Graaf (Tak Antwerpen), en Th. Ectors (Tak Kureghem). Sinds 17 December 1921 immers, was ook de aan de Veeartsenijkundige Hoogeschool bestaande Vlaamsche Studentenkring « Willen is Kunnen » als tak van het A. V. H. V. opgenomen. Op het Pinksterkongres van den Kath. VI. Landsbond had Prof. Daels uitlatingen aangehaald van Gen. Drubbel over het bevrijdingsoffensief. Toen daarrond in de pers herrie werd gemaakt en Prof. Daels door den ininistei ter verantwoording werd geroepen, bleef ook het A. V. H. V. niet onbetuigd en stuurde namens zijne meer dan duizend leden een protest-schrijven aan den Minister van Kunsten en Wetenschappen op 12 Juli 1922 en wanneer enkele dagen later om die redenen door den Gentschen Akademiscihen Raad aan Prof. Daels een « strengen - 20 — blaam » werd opgelegd, werd een tweede motie uitgevaardigd op 27 juli om die anti-vlaamsche drijverijen aan de kaak te stellen, en Prof. Daels als zijn « koenen Voorman » te huldigen. Die schermutselingen waren de voorbode van den strijd die stilaan erger en heviger tusschen de studenten en de universiteitsoverheid rond de vervlaamschingkwestie zou ontbranden. V. 1922-1923. Voorzitterschap van adv. Jos. Vermeulen. 8ste Groot-Nederl. Congres te Gent. Uitroeping van den boycot. Het Verbondsjaar 1922-1923 had ik zelf de eer, en ‘t genoegen tevens, als Voorzitter van het A. V. H. V. te fungeeren, Pol Lievens was schrijver, en Oer. Iserbyi. ondervoorzitter, met het begin van dit studiejaar. Vanaf October 1922, werd « Ons Leven» terug uitsluitend Leuvensch studentenbiad, Ter verdediging der algemeene Verbondsbeiangefl, bleven nochtans zijne kolommen altijd wijd open staan. Tak Leuven, onder het presidium van 0. Iserbyt, zette het jaar in met de mededeeling van het K. V. H. V., dat de vlaamsche studenten, het wachten moe, voortaan de strikste afzijdigheid zouden bewaren tegenover elke Akademische plechtigheid, en op 17 October 1922 stelde het nog eens, in eensgezinde solidariteit met het A. V. H. V. zijn eisch tot algeheele vernederlandsching van Gent vast en kantte zich tegen elken maatregel die het beginsel der splitsing zou huldigen. Zoo te Leuven als te Gent werd door het A. V. H. V. een propagandameeting ingericht, en op 24 October ging een afvaardiging van het A. V. H. V., in het paleis der Natie, te Brussel, aan oud- minister Poullet, verslaggever der Bijzondere Kommissie ter Kamer ingesteld, en aan andere leiders van Vlaamsche Kamergroepen een vertoogschrift ter hand stellen, waarin de studenten hunne eischen in zake vervlaamsching uiteenzetten en zij er bij voegden « Wij staan er borg voor dat de jongere generatie de eerlijke toepassing van deze beginselen eischt, en onverbiddellijk iedere oplossing ROG. SOENEN, LICHTERVELDE 8e Voorziter 1925-26 D LEOPOLD VAN HOUTEGHEM — MUNCHEN 9e Voorzitter 1926 - 27 — 21 - daarmede in strijd, met alle middelen ter hare beschikking zal bekampen >. En nu zouden de Hoogstudenten, slag op slinger, drie maanden lang, gedurig aan hunne zienswijze tegenover de vele verminkingen, die men het oorspronkelijk ontwerp zou doen ondergaan, bekend moeten maken. Op •8 November verklaart het A. V. H. V., dat de Hoogstudenten « verzet aanteekenen tegen de verminkte vervlaamsching, en elke transactie die aan hooger gestelde beginselen, onder welk voorwendsel ook, afbreuk zou doen... vinniger dan ooit zouden bekampen, zoo noodig over- gaande tot stelselmatige boycot ». Biij schrijven van 14 December werd deze motie ter kennis gebracht van al de Volksvertegenwoordigers. Dien dag immers werd het Hoogeschooldbat heropend, en stonden onze « leiders» op het punt nieuwe concessies te doen. Zoodanig dat het hoofdbestuur op 16 Dec. zich reeds genoodzaakt zag opnieuw de stem te verheffen, en te verklaren, in een motie die mede door A. Catry, namens het Kath. Vlaamsch Jong-studentenverbond werd onderteekend, dat ze geen vrede konden nemen met het ontwerp door •de taalkommissie voorgesteld, en... « besluiten derhalve elke, in strijd met deze verklaring, ingerichte Vlaamsche Universiteit ongenadig te boycotten >. Dit was een kapitale uitspraak. Er werd in alle franskiljonsche middens, en niet het minst in professorale niiddens te Gen’t en Luik op alle manieren gemaneuvreerd tegen de komende gebrekkelijke vervlaamsching -— de ontdubbeling der speciale scholen was immers al door Minister Poulilet toegegeven. Zoogezegd ter wille van internationale omstandigheden werd het Kamerdebat verschoven, in werkelijkheid om de gelegenheid te vinden in Gent een betooging tegen de vervlaamsching in te richten. Dit werd de fameuze paardenv... betooging te Gent op 19 Dec. 1922. Het A. V. H, V. was hier goed op zijn post. Om al dat gekonkel aan de kaak te stellen werd door het Hoofdbestuur van het A. V. H. V. opnieuw een schrijven gericht aan ‘s lands vertegenwoordigers, den toestand in Gentsche Universitaire middens uiteenzettend, en verscheidene gevallen van achteruitzetting van Vlaamschgezinde studenten aanhalend. Dit schrijven - 22 —- was onderteekend door mezelf, als voorzitter en G. Iserbyt als ondervoorzitter A. V. H. V. Wat mij in rectorale middens te Gent volstrekt kwalijk zou worden genomen. In de Kamers liep het debat op zijn einde, op 24 December werd het ontwerp der Kamerkommissie tot wet gestemd. Het A. V. H. V. had stellig ten volle zijn plicht gedaan, en voor de algeheele onverminkte vervlaamsching: het Gent GEHEEL of niets onverdroten in de bres gestaan. Deze verduidelijkte formule werd door het A. V. H. V. voor het eerst in omloop gebracht ter gelegenheid van de door de VI. Hoo.gstudenten georganiseerde meeting op 29 October in de Beurs te Gent. In januari 1923 werd door het A. V. H. V. een tweede poging gedaan om de Vlaamsche studentenschap in de Confédération Internationale des Etudiants te doen opnemen. Er greep in den Haag een conseil-vergadering plaats. De Vl. Studenten stuurden een telegram om tegen hunne uitsluiting te protesteeren, en tevens in een begeleidend engeisch schrijven hunne houding en hunne eischen, om in de internationale te worden opgenomen verduidelijkend. « Wij eischen hetzelfde recht om niet in ruimere mate, maar in dezelfde mate te zijn vertegenwoordigd als onze niet vlaamsche, maar fransch sprekende landgenooten ». De Voorzitter zelf ging naar den Haag het kongres volgen. Er werd aan hun verzoek geen gevolg gegeven, heftig werd er door de belgen en andere latijnsche vertegenwoordigers tegen geageerd. De C. I. E. bleef op grondslag van Staatsche vertegenwoordiging bestaan. Zoo eindigde de tweede poging van het A. V. H. V. in zake «internationale ». Toen ik dan te Gent, omwille van het schrijven aan de volksvertegenwoordigers voor den Rectoralen Raad werd gedaagd, en persoonlijk voor dat feit me zou te verantwoorden hebben, heeft de Gentsche Akademische Overheid moeten wijken voor het solidair optreden van het Hoofdbestuur van het A. V. H. V., dat bij schrijven van 5 Februari 1923 aan Rector en Assessoren van Gent gericht, namens het Algemeen Vlaamsch Hoogstudenten Verbond, met zijn 1500 leden, de volle en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het bewuste feit opeischte. De - 23 — proceduur liep dood, en op Woensdag, 25 April verklaarde Rector Eeman aan den lsten schrijver van A. V. H. V. Tak Gent, « Wat moest ik dan doen, k kon toch de 1500 leden van het A. V. H. V. niet ter verantwoording roepen. Daarom heb ik besloten alle verdere betrekkingen met het A. V. H. V. af te breken, alvorens er « amende honorable » geschiede ». Wat intusschen nooit is geschied. Dat was de vrucht van het eendrachtig en solidair optreden van het A. V. H. V. In Januari 1923 insgelijks besloot de Vl. Hoogeschoolkommissie een Actie-Komiteit in zijn schoot in te richten, en drukte den wensch uit er drie vertegenwoordigers van het A. V. H. V. te zien in zetelen. Het A. V. H. V. had zijn burgerrecht verkregen. Deze werden aangeduid, het komiteit hield twee zittingen (14 en 31Jan.) en toen gebeurde er niets meer. Den 28 Januari had te Brussel de « monsterbetooging » tegen de vernederlandsching plaats gegrepen om den Senaat den schrik op ‘t lijf te jagen ! Verders had het Hoofdbestuur A. V. H. V. aan zijn tak Gent de taak opgedragen om 24-26 Maart het 8ste Groot-Nederlandsch Studentenkongres te organiseeren. Hetwelk prachtig slaagde. Voor het eerst nam het Dietsch Studenten Verbond er aan deel. Het Algemeen NederIandsch Stud_enten Verbond immers (of de Hollandsche afdeelingen die ervan over bleven), waren in 1922 ontbonden en een nieuw organisme het « Dietsch Studenten Verbond » was ontstaan te Utrecht en in andere Universiteitssteden. In overleg met het A. V. H. V. moest de aanpassing der Vlaamsche organisaties aan den nieuwen toestand worden gevonden. Dit gebeurde te Antwerpen, 5 Mei 1923, wanneer door het A. V. H. V. en D. S. V. werd overeengekomen dat de takken A. V. H. V. zouden optreden als evenzoovele afdeelingen D. S. V. Voortaan zou het Hoofdbestuur A. V. H. V., als oodanig, niet meer de organisatie leiden der Groot-Nederlandsdhe kongressen in Vlaanderen. Die zorg zou voortaan het D. S. V., in verstandhouding altijd met hoofdbestuur A. V. H. V., op zich nemen. En eindelijk was in dit erg-bewogen jaar de strijd om Cent terug ontbrand. En de studie-kommissie ter vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool besloot in zijn — 24 — vergadering van 9 Juni 1923 aan het A. V. H. V. het verzoek te richten ditmaal een zelfstandig « Aktiekomiteit ter vervlaamschin[g » op te richten. Het A. V. H. V. aanvaardde onmiddellijk deze opdracht ,en ‘s anderdaags richtten voorzitter en ondervoorzitter A. V. H. V. al een oproep tot de Vlamingen, om een eenheidsîront te vormen, rond de formule « Gent algeheel vervlaamscht in onderwijs en bestuur zonder welkdanige verdubbeling ook >. Het Actie- comité kwam tot stand, kreeg tot voorzitters, de voorzitter van A. V. H. V. en van V. 0. S. en volgde met plak- brieven en manifesten op den voet de alles behalve verkwikkelijkc wending die het Hoogesdhooldebat nam. Overbodig dit alles hier aan te halen, enkel dient aangestipt de leidende rol die Hoofdbestuurleden A. V. H. V. in dit organisme vervulden. Ten slotte werd dan op 18-27 Juli het wetsvoorstel Nolf, door Senaat en Kamers aanvaard. Mede onder aandrang der vertegenwoordigers van A. V. H. V., dié al zoo dikwerf dat standpunt als zij’nd.e het hunne hadden verklaard, vaardigde het Actiecomité de boycot uit van al de tweetalige en gesplitste afdeelinFgen of scholen van de Gentsche Hooigeschool. Het A. V. H. V. sloot er zich bi aan, en vaardigde zelf op 29 Augustus 1923 zijne boycot. motie uit, waarin het na verwtezen te hebben naar. zijn vroegere motie’s besloot « den boycot met uiterste kracht toe te passen op al de lessen en leergangen, die tot de zoogenaamde Vlaamsche afdeelingen, te Gent, behooren, en daarom aan de Vlaamsche studenten het wadhtwoord te geven : niemand naar het Vlaamsche (?) Gent van Nolf ». En het zette aanstonds zijne actie in en verspreide die motie per plakbrief en strooibiljet, vaardigde nog een plakbrief uit « Professeurs Flamandisés » en liet op de Bedevaart naar den Yzer en op andere vergaderingen een strooibiljet : Feiten t op 10.000 exemplaren verspreiden. V. — 1923-24. Voorzitterschap van Ger. Iserbyt. 90 GrootNederlandsch Congres te Leuven. Moordaanriagop B.erten Valleys. Tak Gent van het A. V. 1-t. V. gelastte zich met ter plaatse de uitvoering van het boycot besluit te GEERT DE RYCKER — BLANCKENBERGHE 10e Voorzitter 1927-28 FRANS WILDIERS — ANTWERPEN 1° Voorzitter 1928-29 -— 25 — organiseercn, cii trachtte hef eenheidsfront tusschen de drie VI. (lentsehe studentenkringen te bewerkstelllgen. Het vrijzinnige, « ‘t zal wel gaan », hield zich afzijdig en onderteekende het Gentsche manifest, door den nieuw— gekozen Oentschcn takvoorzitter Fr. D’Haese, en den voorzitter van het Kath. Stud. Verbond te Gent, F. Bes.: sems uitgevaardigd, niet, alhoewel de meeste van zijn leden, en zijn vlag deelnamen aan de protestmeeting tegen de Noifwet door A. V.. H. V. tak Gent, 16 October ‘23 georganiseerd. Ook werd toen door A. V. H. V. Gent besloten aan dc openingsplechtigheid der Universiteit geen deel meer te nemen. Verbondsjaar 1923-1924. Tot Verbondsvoorzitter werd verkozen Ger. Iscrbyt (Leuvensche Tak-praeses). Het eerste bulletijn dat zijn bestuur uitgaf stelde « met groote vreugde vast dat slechts zes studenten in de gesplitste of tweetalige adeelingen (te Gent) zijn ingeschreven, en dankte de Vlaamsche Studentenschap om het trouwe naleven van het gegeven woord » (10 Novenber 1923). Opnieuw richtte het A. V. H. V. zijn blikken op de internationale betrekkingen. Ditmaal in een andere richting, in die van de F. U. T. de « fédération Universitaire Internationale pour la Société des Nations ». Deze was nog in vorming en had een voorloopig sekrefariaat te Parijs. In bestuursvergadering van 10 November 1923 besloot het A. V. H. V. een ambt voor buitenlandsche zaken in zijn schoot op te richten, dat al de internationale de.Vlaamsche-studenten .-betreffende-zaken zou belhartigen. Zelfstandig-werkende sectie’s voor Volkenbond en Wereldvrede zouden in al de takken worden opgericht ; door een middenbureel zouden de VI. Studenten bij de internationale aansluiten. Uit de briefw’isseling niet het voorloopig sekretariaat bleek dat er nog geen « Belgische» Universitaire Volkenbond vereeniging met hen in kontakt was. Onze vereeniging deed officieel zijn toetreding tot de internationale bij dat bestuur toekomen. Echter na het eerste kongres, dat te Praag werd gehouden, kregen de Vlaamsche Hoogstudenten bericht, dat ze niet konden aanvaard, omdat ook die internationale enkel staatsche, en geeii nationale vertegenwoordiging erkende Voorloopig — 26 — dus weeral mislukt, omdat de VI. studenten niet voor « Belgen » wenschten door te gaan. In November 1923 kwam Dr. Jacob uit de gevangenis, en werd te Antwerpen gehuldigd. Het A. V. H. V. was er talrijk met zijn leden aanwezig. Eene nieuwe am. nestie-actie werd ingezet Deelneming aan deze actie, b. v. te Leuven aan de amnestiemeeting van 10 Februari, die eindigde met de Bormshulde voor de gevangenis, het stichten door tak Leuven van een kinderen BormsFonds (December 1923), hetzelfde door tak Gent op 26 Maart 1924, en in het algemeen het sdherpere belijden van he Vlaamsch nationalisme, dat alles zou, na het luwen der universiteitskwcstie, het tweede geschilpunt zijn dat de A. V. H. V—1eden in scherp konflikt, vooral te Leuven, met de Akademische overheid zou brengen. In Leuven 12-14 April greep dit jaar het gioot neclerlandsch stu.denienkongres plaats. A. V. H. V. leidde hi de popaganda. Op dit kongres werden de standrege1n van het D. S. V. definitief goedgekeurd, en de organisatk verstevigd. Het kongres dat scidtterend slaagde, niettegenstaande de tegenwerking van allerhande Belgische rnid •dens, eindigde op den treurigen morgen van 15 April toen Berten Vallaeys uit rassenhaaf door Gaby Colback werd neergeschoten. Gelukkig herstelde nog al spoedig ons medelid A. V. F1. V. Voor de tweede maal werd dus een der onzen om zijn Vlaamscih-zijn getroffen, en verfde Vlaamsch studentenbioed de Vlaamsche straatsteenen. Deze aanslag, die zelf een gevolg was van de animositeit die sinds de amnestie- en de Bormsbeweging in Waalsche middens heersohte, had te Leuven door het beruchte « Avis van 3 Mei» voor gevolg het ontbranden van het eerste konflikt met de Academische overheid om de politieke bewegingsvrijheid der studenten. De nieuw verkozen Leuvensche takvoorzitter Paul F. Beeckman werd van de Universiteit uitgesloten in Juni 1923. Het I-loofdbestuur A. V. H. V. hield intusschen een waakzaam oog op den toestand aan de Gentsdhe NolfUniversiteit, en wist door zijne A. V. H. V.—leden ter plaatse over het universitaire midden, ongemeen interessante gegevens te verzamelen, die door het Actiecomifé in bro— chuur « De wet Nolf » werden uitgegeven. - 27 — VII. — 1924-1925. Voorzitterschap ‘van Paul F. Beeckman. 10’ Groot-Nederi. Congres te Leiden. Het zevende Verbondsjaar 1924-1925 zal onder de leiding staan van den uitgesloten Leuvensche praeses Paul F. Becckman. Niet lang zou het duren of het konflikt zou erger dan ooit dus loskomen. Onclervoorzitter Romsee en gouw-voorzitter Herbert, werden in November insgelijks doorgestuurd. En begin Januari volgden nog verscheidene anderen. Het A. V. H. V. betuigde openlijk zijn volle solidariteit met de doorgezonden studenten van zijn Leuvenschen Tak. September 1924-Januari 1925 hadden de vertegenwoordigers van A. V. H. V.. voor de internationale studentenbelangen opnieuw uitvoerige en langdurige besprekingen met de promotors van de F. U. 1. de universitaire volkenbond4nternationale. Op voorwaarde een federatief middencomité te vormen werden wij in de internationale opgenomen. De franschspr’kende Belgen verzetten zich echter tegen een paritair middencomité en wisten zoodanig te manoeuvreeren dat de reeds aangenomen V1aam- sche Vereeniging voor Volkenbond en Wereldvrede bij het A. V. H. V. » terug werd buitengecijferd, en het internationaal bestuur besloot geen enkele vereeniging uit België noch Vlaamsche, noch z. g. Belgische als lid te aanvaarden «oolang beide onder elkander tot geen oplossing waren gekomen. Hoe de Belgen er ten slotte, zonder nog een woord tot cle Vlamingen te richten er alleen wisten in te geraken, verhaalt een volgende jaar-geschiedenis. Ook met afzonderlijke buitenlandsche nationalistische bewegingen werd door het A. V. H. V. kontakt gezocht, o. m. met de uitgeweken Oekrajiensche studenten te Praag, en vooral met de jonge leiders der nationalistische Bretoensche beweging: Olier Mordrel en Morvan Marchal die in de A. V. H. V. takken te Brussel, Gent en Leuven onder ongemeene belangstelling en bijval optraden. Het Grootnederlandsch studentenkongres had dit jaar plaats te Leiden, de voorzitter van het A. V. H. V. voerde er het woord over de hedendaagsche studentenbeweging, en stelde vast dat « nu wel haar bizondere karakteristiek is, dat ze op ons dagen zuiver-nationalistisch is. — 28 - Vermelden we nog dat door de zorgen van het Rerni De Manfonds der A. V. H. V.-ers in de onderscheidene takken een drieduizend frank werd rondgehaald, en dat het kinderen Bormsfonds, nu omgewerkt tot « Studiefonds voor de kinderen van getroffen Vlamingen » uit Vlaamsche Hoogstudentenbeurzen nog meer duizenden verzamelde. Door de werkzaamhejd der Gentsche A. V. H. V.— ers kon een tweede brochuur over de boycot-actie worden uitgegeven. VIII. — 1925-1926. Voorzitterschap van Roger Soenen. Het A. V. H. V. stelt zich op VL nationalen grondslag. 110 Groot-Nederi. Congres te Gent. Verbondsjaar 1925-1926. Praeses R. Soenen (Gent), ondervoorzitter 0. Romees, nadien J. Muys. De eerste proklamatie die tak Gent, zooals ieder jaar trouwens tot de studenten richtte, kon, terugblikkend op de twee eerste jaren boycott-actie verklaren : « De Boycott-actie is volledig geslaagd, en wordt krachtdadig voortgezet » en 29 September 1925 vaardigden de studen ten een motie uit, waarin o. m. werd verklaard: overwogen dat volgens de eigen verklaring van Minister Nolf de bedoeling van zijne wet geweest is het bestendigen van Vlaanderens voorgewende tweetaligheid, overwogen dat het Beheer in al de mate van het mogelijke gelijken tred heeft gehouden met de politiek en b. v. een aantal benoemingen van « Vlaamsche » professoren gew’oonweg een kaaksiag zin geweest voor de Viaamsche Volksgemeenschap. Het A. V. H. V., tak Gent, besluit het eens, na grondig onderzoek, ingenomen standpunt hardnekkig getrouw te blijven, roept al de Vlaamsche studenten, inzonderheid de nieuw1elingen op om stipt na te leven het wachtwoord boycott. - Dit manifest was onderteekend door de voorzitters van de DRIE Gentsche VI. Studentenvereenigingen « ‘t Zal wel Gaan » inkluis. Het eedheidsfront was door de werking van het A. V. H. V. daar dus bereikt. Deze motie, die nog eens het Hoogstudenten standpunt bevestigde, werd 15 October 1925 namens het Hoofd- - 29 — bestuur A. V. El. V. in een manifest door ondervoorzitter Romsee onderteekend, bekrachtigd. In September 1925 had te Genève het kongres plaats van de F. U. 1. De Belgen hadden er hun vertegenwoordiger, heen gestuurd, die eenvoudig aan het internationaleaeropaag was gaan wijsmaken dat de Belgische eenheid. in universitaire Volkenbondkringen was tot stand gekomen, « omdat de Vlaamsche groepeering door de Belgische Bisschoppen was ontbonden. Moedwillig hadden die hee- ren dus ten eerste de V. V. W. (Vereeniging voor Volkenbond en Wereldvrede bij het A. V. H. V.) met liet K. V. H. V., Leuvensche tak van het A. V. H. V. verward en ten tweede de afkeuring door H. H. Hoogw. de Bisschoppen van den finantieelen boycot verward met hei ontbinden van het verbond te Leuven door den Rector. Zou speelden zij de onbekendheid van de buitenlanders met de binnen—Belgische toestanden tegen ons, Vlamingen, uit. Ende zoo warefl de Vlaamsche studenten uit het tweede groot internationaal studentenorganisme buitengezet. Dat de « Belgen » hiertoe die loenschen kneep hadden gebruikt, vernamen de VI. Hoogstudenten pas veel later. Toen te Gent, Prof. Van den Bogaert om zijn Vlaainsch-zijn werd verontrust, sprongen de VI, Hoog- studenten terug moedig voor hem in de bres. En dan zorgde het A. V. H. V. dat in zijne takken eene krügerherdenking zou plaats grijpen ter gelegenheid van de honderdste verjaring van Oom Paul’s geboorte. De nationaaldietsohe lijn werd gedurig gevolgd. Begin 1926 werd door de zorgen van de C. I. E. een rondreis van Zuid-Afrikaansche studenten georganiseerd. Het A. V. H. V. stuurde een afvaardiging naar Ieperen, om hen bij het betreden van den Vlaamschen bodem te begroeten, en hen tevens allen een « boodschap » te overhandigen waarin zij de redenen uiteenzetten waarom de VI. Studenten niet bij de C. I. E. varen aangesloten, tevens een overziohi gevend van der Vlamingen toestand in eigen land. De kaimte die heerschte in de Vlaamsche beweging werd voornamelijk door het A. V. H. V. benut om zijn eigen constitutie te herzien en verscheidene vergaderingen werden gewijd aan het opstellen en afkondigen van de — 30 - wet en huishoudelijke verordening van het Algemeen Vlaamsch Hoogstudentenverbond, die werden goedgekeurd in de Vergadering van den Algemeenen Raad van 12 Maart 1926; aanstippenswaar.d is, dat door de doel— stelling in art. 3 der wet, het A. V. H. V. een uitgesproken nationalistisch karakter kreeg en zich o lii. ten doel stelde cle samenwerking tussehen al de Vlaamsche Hoogstudenten te bewerkstelligen in den strijd voor de volledige ontvoogding en zelfstandigheid van Vlaanderen. Enkel Tak Luik bleek hiermede niet in te stemmen, zijn plaats bieet een paar jaren in het A. V. H. V. onbezet. Nu echter is hij reeds opnieuw op den algemeenen verbondsgrondslag opgericht. Stippen we nog aan dat ter verduidelijking, in een mededeeling aan de. pers, het A. V. H. V. verklaarde dat de woorden « zelfstandigheid van Vlaanderen» in art. 3a vervat, geen enkele der verwezelijkingsmogelijkheden dier zelfstandigheid, federatief, Groot-Nederland, onafhankelijke staat Vlaanderen, of federatief België, noch speciaal bedoelen, noch bepaald uitsluiten (12 Maart 1925). De jaarlijksche stambijeenkomst der Dietsehe Studenten greep dit jaar te Gent plaats, en ‘t kongres stemde .29 Maart een motie betreffende het Belgisch-Nederlandsch Verdrag, zijne meening uitdrukkende dat, « de gelijke bevordering van den bloei van Vlaanderen en Nederland, Antwerpen en Rotterdam vooropstellende, het verdrag i zijn huidigen vorm een gevaar oplevert voor de goede betrekkingen tusschen Vlaanderen en Nederland. En het jaar eindigde door het afkondigen van het besluit dat de boycott van de Gentsche Nolf-oplossing blijvend zou worden voortgezet, en keurde het A, V.. H. V. een motie goed in dien zin nogmaals door de drie Gentsche Studentenvereenigingen onderteekend (27 Mei 126). IX — Voorzitterschap van Leop. Vau Houteghem. Het A. V. H. V. spreekt zich uit tegen het Nederl.-BeIg. verdrag. 12 Groot-Nederl. Congres te Wageninghen. 1ste Congres der Bretoensche nationalisten te Rosporden. Het negende Verbondsjaar 1926-1927 stond het Hoofdbestuur onder het praesidium van Leop. Van Houteghem — 31 - (Leuven) ; ondervoorzitter Ant. Ampe (Gent) en het verslagboek gehouden door F. Brieven (Brussel). In al de takken heerschte bedrijvig leven, alle stonden in de rij behalve Luik en Antwerpen. Het is natuurlijk onvermijdelijk dat een organisatie .zooals het A. V. H. V. zijn « ups and downs» kent. Beide takken ëchter staan thans weer in het algemeen gelid. Het A. V., H. V., bleef van oordeel dat, niettegenstaande enkele goede benoemingen door Minister Huysmans te Gent gedaan, de boycot-taktiek onveranderd diende voortgezet. Het algemeen Vlaatnsch belang primeert het individueele. De nternationale betrekkingen der VI. Studenten- schap worden steeds in ‘t oog gehouden en uitgebreid. Sinds 1926 hebben de Vi. Hoogstudenten ook met Duitsche Studenfengroepeeringen, waarvan ze enkele reeds in C. 1. E.-middens hadden leeren kennen, kontakt genomen, en werden daardoor in duitsche tijdschriften verscheidene bijdragen over de VI. Studentenbeweging en de Vi. Beweging in het alge leen, gepubliceerd. Het ontworpen Belgisch-Nederlandsch Verdrag was in het voorjaar 1927 aan de orde der belangstelling. Het A. V. H. V., in vergadering van 15 Januari 1927, kennis genomen hebbende van de antwoorden van Minister Van de Velde op de vragen van Volksvertegenwoordigers Herman Vos en den Senator Lamborelle, (zag) in de wijze van behandeling dezer vragen een nieuw bewijs van de politieke bedoelingen, die bij de Belgische machthebbers voorzaten, en welke afbreuk doen aan het Groot Nederlandsch belang, (sprak) zich uit tegen het Nederlandsch— Belgisch Verdrag. Samen met de vroeger gepubliceerde motie’s van de Oud-Hoogstudentenbonden lokte deze A. V. H. V.-motie zeer tegenstrijdige en vinnige commentaren uit in de Noord-Nederlandsche en Belgische Pers. « De door de Vlaamsche studenten en Oud-studenten aangenomen motie’s hebben zeker eenig gewicht in de sdhaal gelegd, toen het verdrag op 24 Maart door de Ned. Eerste Kamer werd verworpen. Het Grootnederlandsch studentenkongres had plaats dit jaar te Wageningen 8-12 April, maar was ditmaal voor- — 32 — afgegaan (4-7 April) van de D. A. L. te Amsterdam, te zeggen, de «Dietsch Akademische leergang », die boven en buiten alle verwachting uitstekend slaagde. Groot was het aantal A. V. H. V’ers dat naar Amsterdam toog, en dat vol bewondering voor de Nederlandsche wetenschap, organisatiegeest en gastvrijheid, terugkwam. Aan de promoIers er van, de heeren W. Goedhuys, H. G. W. Van der Wielen, en C. J. A. jannink mag namens liet A. V. H. V., in dit overzicht nog wel eens dank gebracht. Bi besluit van 21 Mei, trad het A. V. H V. toe tot het « Algemeen Comité voor Amnestie », en werd een vertegenwoordiger der studenten bij het comité aangeduid. Het A. V. H. V. had trouwens de laatste jaren zoodanig wel zijn rol vervuld dat het voortaan bij alle nationaalvlaamsche aangelegenheden, feestvieringen of huldebetoon of strijidbare dienstbaarheid tot medewerking wordt aan- zocht. In overeenstemming, en na rijpe beraadsiaging met het Hoofdbestuur A. V. H. V., gaf 5 Aug. 1927. A. V. H. V. Tak Cent, meer dan ooit het wachtwoord: « Weg met al dat Belgisch geknoei Geen panacheeren in de technische scholen ! Over heel de lijn onverbiddellijk logisch—konse— kweni : Boycott ». Gedurende de verlofdagen werd op 10-12 September te Rosporden (Bretanje) het eerste kongres der Bretoensche Nationalisten gehouden. Onze goede bretoensche vrienden, met wien de VI. Hoogstudenten toen reeds vier jaar lang de beste betrekkingen onderhielden, ging een afvaardiging van het A. V. H. V. bestaande uit de hoeren Frans Wildiers, E. Buyck en J. Tackx, den broedergroet der Vlamingen brengen. X. — 1927-1928. Voorzitt. van Geert De Rycker. 13° GrootNederi. Congres te Leuven. Inrichtingvan Studiedagen te Gent. Het tiende Verbondsjaar 1927-1928, loodste de Blankenbergher Geert De Rycker (Gentsche Tak-praeses) het verbondsschuitje, op de woelige studentenzee. Tot ondervoorzitter werd verkozen Joz. Custers (K. V. H. V. Leuven), en L. Ryckeboer (Cent) tot schrijver aangesteld. — 33 — Onder hun bestuur, worden de standregelen van het A. V. F1. V. hier en daar wat bijgewerkt en gewijL zigd. De organisatie stevig aangepakt, en al de verloren zonen zullen bij ‘t einde van ‘t jaar terug levendig en levenslustig mede met de anderen opmarcheeren. Luik is daar weer... en Antwerpen telt nu twee afdeelingen, één bij hel Hooger Handelsgesticht en één op Sint Ignatius. In Januari 1919 zag Brussel insgelijks het licht. De internationale betrekkingen blijven de aandacht der vcrbondsleiders gaande houden in 1928 kwamen ze in betrekking met hei « Verbond der Macedonische stu denten in het Buitenland ». Naar aanleiding van de veroordeelingen in het strafproces te Usknb, over negen Macedonische studenten uitgesproken, heeft het Hoofdbestuur een motie gestemd die werd overhandigd aan het Joegoslaaîsche gezantschap te Brussel. Herhaalde malen werden pogingen aangewend om studiebeurzen te bekomen in Noord—Nederland en Dietsland. Het Grootnederlandsch studentenkongres werd gedu— rende dit \ aar te Leuven gehouden, op 31 Maart en volgende dagen. Ter gelegenheid van het kongres werd ook de rol van het Hoofdbestuur A.. V. H. V. tegenover dito D. S. V. nauwer nagekeken en bepaald. Het meest interressante initiatief dat door dit ver— bondsbestuur werd genomen lijkt me wel te zijn het inrichten van « Studiedagen » voor bestuursleden van de verschillende takken. Wij die ook in de studentenorganisaties hebben gestaan, weten maar al te wel hoe moeilijk het soms was het kontakt tusschen de steeds wisselende besturen te behouden, hoe de traditioneele korpsgeest nog sterker zou kunnen voortleven, en de verbondszaken doelmatiger beredderd, indien de nieuwe « electi » door de ouderen hadden kunnen voorgelicht zijn, en een tijdje geschoold. Die scholing juist wordt door het houden dier studiedagen bedoeld en na.gestreeft. Ze hadden plaats te (lent op 17 en 18 Augustus 1928. Er werd o. m. gehandeld over organisatie van het A. V. H. V., hoofdbestuur en takken, over A. V H. V. en de buitenlandsche betrekkingen, door mezelf, A. V. H. V. en D. S. V. door heer P. Beeckman, A. V. H. V. en Fransch-Vlaanderen door Dr. J. Goossenaerts, A. V. H. V. en het boycott door Is Herbert; — 34 — A. V. H. V. en de oud-hoogstudentenbonden door heer E. Thiers. 1929-1929, Voorzitterschap Frans Wildiers. Naar het 14 Groot-Nederlandsch Studeintencongres te Amsterdam. Op dit punt A. V. H. V. en de oud-hoogstudenten wil ik dit overzicht eindigen. Meer dan ooit dringt zich dc noodzakelijkheid 2P dat de huidige A. V. H. V’ers door hunne oudere broers wçorden geholpen en gesteund. Leze blijvende samenwerking tot stand brengen, weze het be sluit dat al de oud A.. V. H. V.’ers, die met mij dit over zicht zullen doorloopen en waarin zij met genoegen aan de oude strijdjaren zullen terugdenken, voor zich zelf nemen. Die samenwerking, ze groeie daadwerkelijk uit de gesprek- ken, •die wij ter gelegenheid van de herdenkingsfeesten van het tienjarig bestaan van het A. V. F1. V., met de huidige studentenleiders zullen hebben. En de tegenwoordige leiders zelf, het Verbondrbe stuur 1928-1929 met Frans Wildiers aan het hoofd, wensch ik dat ze trouw. den band bewaren die alle Vlaamsche studenten in een korps bijeenbindt en bundelt ; dat zij, cle traditie getrouw, hunne phalanx « Roode Petten » (1) zullen toeroepen als hunne voorgangers hebben gedaan Kameraden, Paraat ! Voor den tocht der Roode Petten Tegen hen die ‘t land bezetten. Vlaanderen wil zich zelf regeeren. Waalsche of Franskiljonsche Heeren Worden langer niet geduld. Op de tijden zijn vervuld! Bouwt der vrijheid sterkste veste : (1) Ook dit is nog een verdienste vali het A. V. H. V. dat zo de dracht van de Vlaamsche « roode pet » der Leuvensche studenten, in andere takken als de Vlaamsche studentenpet heeft ingeburgerd. -- 35 -- ‘t Eigen Vlaamsch Gemeenebeste. Dat ‘s de daad Kameraad ! Roert de trom dus, steekt trompetten Voor den tocht der Roode Petten, Vlaanderen wordt dan weer een natie Rijst gekroond met al de Staatsie Van haar oude Majesteit. Op ! Voor Vlaanderens Zelfstandigheid ! JOS. VERMEULEN. (26 Februari 1929). ONS LEVEN Studentenbiad te Loven THIENSCHESTRAAT 41e Jaargang enz. DEN UYL Sludentenbiad le Gen! Korte Kruissiraal, 3 Gen! (10 frank per jaar) Het grootste Vlaamschee Jeugdtijdschrift DE BLAUWVOET Oficieel orgaan van het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond - geeft een eenigen kijk op de werking der studentenbeweging over heel Vlaanderen - telt onder Zijne medewerkers de meest vooraanstaande Katholieke personaliteiten uit Noord- en Zuid-Nederland - onderscheidt zich door de zeer opgemerkte kronieken : Op het front van den Vlaamschen strijd; Groot Nederlandsche Jeugd. toenadering; In en om de Studentenbeweging; Studententooneel; Studentenarbeid Sociale Kroniek; Cultureele Belangen (Letterkunde, Kunst, Wetenschappen) ; Boeken voor ons; Blauwvoetpost. Het abonnement 1928—29 kost slechts 5 frank Postcheckrekening 149060 « De Bauwvoet » Leuven Redactie en Beheer: 29 Thienschestraat, Leuven