Wil jij ook met bijenhouden beginnen?
Dan eerst graag een woordje vooraf over onze honingbij.

ONZE HONINGBIJ - (Apis mellifera)
Onze honingbij behoort in
de insectenwereld tot de
vliesvleugeligen zoals o.a. wespen en hommels. Zij zijn alle drie in staat om
met hun angel een flinke prik toe te dienen aan hun belagers. Alhoewel er
uiterlijk een merkelijk verschil is tussen deze drie soorten lijkt dit voor
iedereen toch niet zo duidelijk.
De grote, donkergekleurde en plompe bijen die van bloem tot bloem vliegen zijn meestal hommels. De wespen, die vooral in de late zomer in grote getale te zien zijn, zijn overwegend geel en hebben op hun slank achterlijf zwarte ringetjes. Wespen zijn agressiever dan hommels en honingbijen. Wespen zijn zoet eters en komen je op het terras lastig vallen of doen zich tegoed aan fruit en allerlei zoetigheden. Honingbijen en hommels bezoeken enkel bloemen waar ze nectar drinken en stuifmeel verzamelen. Tijdens die werkzaamheden zijn ze eerder schuw van aard en zullen dus nooit uit eigen beweging in de huiskamer komen noch je lastig vallen bij het eten van een ijsje of drinken van een frisdrankje.
Hoe nuttig zijn onze honingbijen.
Dat de bijen honing produceren weet wel iedereen, maar zij
zorgen ook voor de productie van stuifmeel, propolis, was, angelvocht en koninginnebrij.
Stuifmeel wordt gehaald tijdens het nectarverzamelen op de bloemen. Het
stuifmeel blijft ook kleven in het haarkleed van de bijen, bijen die van de ene
bloem naar de andere vliegen om zo een gunstige kruisbestuiving tot stand te
brengen met als gevolg meer, betere en grotere vruchten en zaden voortbrengen.
Dit betekent een enorme economische prestatie waarvoor onze honingbijen de
verantwoordelijkheid dragen. De meeste onder ons zijn zich echter niet bewust van dit
feit en betreurenswaardig is dan ook dat onoordeelkundig aanwenden van voor
bijen giftige pesticiden de landbouwer of tuinder voor ongewone bijensterfte kan
zorgen. Jaarlijkse bijenvergiftigingen treffen dus niet alleen de imker maar
betekenen dan ook een economisch verlies voor landbouwers en tuinders uit de
omgeving van een bijenvergiftiging.Propolis en koninginnebrij, die toch zeer speciale producten
zijn, worden enkel geoogst door gespecialiseerde imkers omdat daarvoor een
grondige kennis, geschikt materiaal en veel vrije tijd noodzakelijk is.
Het bijenvolk van onze honingbij.
Een bijenvolk bestaat in de zomer uit één koningin, 30.000
tot 60.000 werkbijen naargelang de sterkte van het volk en een paar honderd
darren. Koningin en werkbijen ontluiken uit een bevrucht eitje, darren
daartegenover uit een onbevrucht eitje. In februari, als de weersomstandigheden
verbeteren, begint de koningin met het leggen van eitjes. De temperatuur in het
broednest stijgt tot zo’n 35°. De bloesem van de fruitbomen, waarop nectar en
stuifmeel gehaald wordt door de werkbijen, prikkelt de koningin tot een eiafzet
van zo’n 1500 tot 2000 eitjes per dag. Uit het werkstereitje komt na 21 dagen
een werkbij, uit een onbevrucht eitje komt na 24 dagen een dar. Deze formidabele
eiafzet is noodzakelijk omdat een werkbij, tengevolge hoge slijtage, reeds
sterft ongeveer 42 dagen na haar geboorte. Als het volk tot volle sterkte
gekomen is begint men aan de voortplanting. Het volk zal gaan zwermen. Daarvoor
bouwen de werksters koninginnecellen, die worden belegd met een bevrucht eitje
en daaruit ontluikt na 16 dagen een jonge koningin. Zo’n 10 dagen na het
leggen van het eerste eitje in de koninginnecel verlaat de oude koningin het
nest vergezeld van een deel van de bijenbevolking, dit alles samen is de
bijenzwerm. Eén groot gezoem van duizenden werkbijen, de oude koningin en een
paar honderd darren. Op het ogenblik dat de zwerm in een tros gaat hangen kan de
imker hem in een korf schudden en bij valavond geeft de imker de zwerm dan een
nieuwe woning. Een nieuw bijenvolk is ontstaan. In het "oude"
bijenvolk worden de jonge koninginnen geboren en wordt het gevecht aangegaan
voor de kroon. Eén jonge koningin zal overblijven, tien à 15 dagen na haar
geboorte zal die een bruidsvlucht uitvoeren, in het luchtruim paren met meerdere
darren, het sperma ervan opslaan in een zaadblaasje en dat zal haar toelaten,
tot ze sterft, miljoenen bevruchte eitjes te leggen. Het einde van
de zomer betekent ook het einde van het bijenjaar. In augustus weigeren de
werkbijen de darren te voederen en de toegang tot de woning wordt hen ontzegt,
alle darren sterven de hongerdood. De koningin stopt met eileg in de volgende
wintermaanden en de bijen gaan in de kast samentrossen. De bijentros gaat in een
soort rusttoestand. Buiten vriest het, binnen de tros behouden de bijen een
temperatuur van 20°-23°. De bijen leven dan van suiker die de imker hen gaf
ter vervanging van de geoogste honing. De vertering van deze suiker zorgt voor
de nodige warmte om de gewenste temperatuur in de tros te behouden. De bijen
komen niet meer buiten bij een temperatuur lager dan zo’n 8°C. Zij zitten in
de warme tros, hoeven geen buitenwerk te doen, geen larven verzorgen en leven
daardoor veel langer dan de zomerbijen.
Hoe begin ik met het houden van bijen?
Vroeger hield men bijen in de gekende strokorven. Thans worden de bijenvolken gehuisvest in houten kasten die uit meerdere rompen bestaan waarin losse ramen met bijenraat hangen. Het grote voordeel daarvan dat men het bijenvolk op een gemakkelijke manier kan manipuleren bij het uitnemen van de honing of andere noodzakelijke ingrepen.
Wil je als imker beginnen weet dus dat de aanschaf van
deze
bijenkasten je een financiële inspanning zal vragen. Duur hoeft de start niet
te zijn. Het is beter eerder klein te beginnen. Ieder jaar worden wel ergens
bijenkasten met of zonder bijen tweedehands verkocht met een aankondiging in ons ledenblad. Later, als je zeker weet met imkeren door te
gaan, kunt u je bijenstand altijd uitbreiden
Rijk worden met bijenteelt is een verkeerd beeld, maar wie goed imkert en zijn volken goed verzorgt zal minstens elk jaar over een flinke, zelf geoogste, portie honing beschikken. Een zuiver natuurprodukt! Bovendien is de kennis over de levenswijze van onze onze honingbij zodanig interessant dat dit alleen al, een voldoende reden kan zijn om met bijenhouden te beginnen. En weet dat bijen geen steekduivels zijn. Tegenwoordig zijn de honingbijen, bij de meeste imkers, zodanig geselecteerd op zachtheid dat men de nodige ingrepen kan uitvoeren zonder gevaar gestoken of aangevallen te worden door de bijen.
Beter nog, neem kontact op met één van onze bestuursleden, naam en adres zijn hieronder vermeld. Zij zullen je graag tot dienst zijn en je de nodige informatie verschaffen en daadwerkelijke steun aanbieden. Verder raden wij je aan om spoedig aan te sluiten bij onze vereniging "Naar Meer & Beter". De financiële bijdrage is beperkt tot een jaarlijks lidgeld. Daarvoor wordt je bij bijenproblemen daadwerkelijk bijgestaan door leden van onze werkgroep. Dit lidmaatschap houdt ook in dat je ook lid word van de Kon. Vlaamse Imkersbond, onze nationale vereniging. Jaarlijks worden door onze vereniging meerdere activiteiten gepland waarop je uitgenodigd wordt met ons ledenblad "’t Zoemertje", dat om de twee maanden verschijnt. Deze activiteiten bestaan uit vergaderingen met onderlinge discussie, met voordrachten, met uitstap naar een imker en zijn bijenhal, een busreis, een Ambrosiusfeest op het jaareinde en nog veel meer. Tien maal per jaar ontvang je ook het ledenblad van de Kon. Vlaamse Imkersbond met tal van items over imkeren en telkens ook een onderwerp die uitsluitend aan beginnende imkers is gewijd.
Wil je ook imker worden, geen drempelvrees, wij verwachten je. Tekst & foto's: Marco De Pauw
De voorzitter: Chris Dauw De secretaris: Frank Vangenechten
Beelkens 12, 8730 BEERNEM Schoonberg 36, 9880 AALTER
E-mail: cna.dauw@gmail.com hilfra@telenet.be